Nederlands
nl
English
en
contact veelgestelde vragen
log in
VU
 
Manette Salomon
Hoofdkenmerken
Auteur: Goncourt, Edmond de
Vertaler: Pijnappel, Anneke
Titel: Manette Salomon
Uitgever: Voetnoot, Uitgeverij
ISBN: 9789491738111
Editie: 1. ed
Prijs: € 27.00
Verschijningsdatum: 08-12-2016
Bericht: Leverbaar
Inhoudelijke kenmerken
Categorie: Vert. lit./roman/novelle
Taal: dut
Technische kenmerken
Verschijningsvorm: Paperback / softback
Paginas: 418
 

Inhoud:

[Flaptekst]: In hun fameuze Dagboeken deden EDMOND [1822-1896] en JULES [1830-1870] DE GONCOURT op levendige wijze verslag van het culturele en literaire leven in Parijs in de tweede helft van de 19e eeuw. Minder bekend is dat de broers ook veel over kunst hebben gepubliceerd en een aantal romans hebben geschreven: in 1867 verscheen MANETTE SALOMON, een roman over kunst, hartstocht en onvermogen tot geluk. Deze roman laat zich lezen als een kroniek van het Parijse kunstenaarsleven in de periode 1840-1865. Rond 1840 leren vier jongemannen elkaar kennen in het prestigieuze atelier van de historieschilder Langibout. In 155 korte hoofdstukken leeft en lijdt de lezer met ze mee, is getuige van hun wederwaardigheden, hun successen, hun mislukkingen, hun fortuin, hun miserie. De roman beslaat een periode van 25 jaar, waarin de levens van de vier soms parallel lopen, ze elkaar uit het oog verliezen en ook weer tegen het lijf lopen. De naamgeefster van het boek, schildersmodel Manette Salomon, doet halverwege de roman haar intrede. Hoofdfiguur is de gedreven schilder Coriolis, een aristocratische estheet. Wanhopig op zoek naar een geschikt model voor een stagnerend werk ontwaart hij Manette Salomon in een omnibus. Deze eigengereide jonge vrouw wordt zijn model, zijn muze, zijn minnares, zijn vrouw en de moeder van zijn zoon. Maar langzaam maar zeker neemt Manette de regie over Coriolis' leven over: zij bepaalt waar, wat en hoe hij moet schilderen, ze vervreemdt hem van zijn vrienden en doodt uiteindelijk zijn talent en zijn creativiteit. Anatole, een talentvolle flierefluiter en altijd in geldnood, is Coriolis' vriend. Na een periode vol miserie trekt hij in bij Coriolis en wordt dikke vrienden met diens aapje Vermillon. De middelmatige maar ambitieuze Garnotelle, een intrigant en netwerker avant la lettre, weet tot de hogere kringen door te dringen en vele opdrachten te versieren; hij wordt een rijk man met aanzien, wiens pad geregeld dat van de anderen kruist. Nummer vier is de eeuwige rebel Chassagnol, die tekeer gaat tegen alles wat'bourgeoisie' en'establishment' is; hij discussieert veel en graag over kunst en kunstenaars. Sprankelende dialogen worden afgewisseld met impressionistische natuurbeschrijvingen, stadse avonturen met intieme overpeinzingen. In zijn boeiende nawoord gaat de Belgische filosoof en kunstcriticus ERIC MIN in op het gemiste rendez-vous van de Goncourts met Félicien Rops en Manette Salomon als de incarnatie van de moderne vrouw bij Baudelaire en Rops. Anneke Pijnappel vertaalde de roman. De auteurs EDMOND [1822-1896] en JULES [1830-1870] DE GONCOURT, die dankzij een erfenis niet hoefden te werken, besloten hun leven geheel aan de kunst en de literatuur te wijden. In hun befaamde Dagboeken portretteerden zij van 1851 tot 1896 tal personages uit de [Parijse] wereld van kunst, politiek en wetenschap; eerst samen, na het overlijden van Jules zette Edmond de dagboeken voort tot zijn dood in 1896. Hun naam leeft voort in de Academie Goncourt, die elk jaar in Frankrijk de belangrijke literaire Prix Goncourt toekent. [ReviewQuote]: Uit de recensie:'Nederlandstalige lezers kennen de gebroeders de Goncourt van verschillende selecties uit hun beruchte en omvangrijke Dagboeken. Waarom koos u voor deze roman? Ik ben attent gemaakt op het boek door Evert van Uitert, destijds hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij vond dat'Manette Salomon' de perfecte aanvulling was op de zes Kunstkritieken van Baudelaire die Voetnoot eerder uitgaf. De tijd en het onderwerp stroken perfect. Sommige zaken die in de Dagboeken staan leggen de broers bijna letterlijk in de mond van hun personages. [...] Ze putten duidelijk uit eigen ervaring...''...De roman'Manette Salomon' geeft op een aardige en terloopse manier cruciale informatie mee over de kunstenaarsmilieus uit die tijd. De passages over kunstgeschiedenis zijn leerrijk, verhelderend en revelerend. Dat de broers erin slagen van hun personages mensen van vlees en bloed te maken geeft een uitzonderlijke energie aan het boek. [...] Ze schetsen het Parijs van toen, een samenleving op het kruispunt van het'moderne'. Dat overgangsgevoel, die transitie wordt heel duidelijk overgebracht...'Hoewel de vrouwelijke hoofdpersoon, een jong joods schildersmodel, pas opduikt in hoofdstuk 48 (van een roman die er 155 telt), is haar verschijning even spectaculair en indringend als de geboorte van Venus zelf. De beschrijving die de auteurs Edmond [1822-1896] en Jules [1830-1870] de Goncourt geven van de sessie waarin Manette zich langzaam ontkleedt, hoe twee kunstschilders het lichaam dat zich langzaam voor hun ogen ontvouwt, bewonderend ontleden, gefascineerd door de lichtschakeringen op haar huid, is van een zeldzaam erotische geladenheid. En men begrijpt waarom Coriolis, een van hen, als een steen valt voor deze overrompelende schoonheid en femme fatale, die als geen ander'de ziekelijke gratie van de vrouw en de elegante neurosen van de grootstad verbeeldt', dixit de naturalist en latere symbolist Joris-Karl Huysmans [1848-1907]. [...]'Manette Salomon', een boek gesteld in de realistische traditie, is ongetwijfeld een van de eerste stadsromans die het artistieke leven in Parijs, en dan vooral dat van de bohème in de tweede helft van de negentiende eeuw, met verve en tal van succulente details neerzet. [...] De roman vertelt het verhaal van een viertal beginnende artiesten, werkzaam in het atelier van de historieschilder Langibout, onder wie de reeds vernoemde vrienden Anatole Bazoche, bohémien en levensgenieter, fantast en sympathieke parasiet die de spil vormt waaromheen het verhaal zich ontvouwt, en Coriolis, aristocraat en creool, geboren op La Réunion in een gefortuneerde familie wat hem de mogelijkheid geeft zich volledig aan de kunst te wijden. Via zijn personage komt de hele evolutie van de Franse schilderkunst tussen 1840 en 1860 tot leven, de tijd waarin schilders zich van de verpletterende invloed van Ingres en Delacroix trachtten te ontdoen. Een teleurstellend onthaal en publiek onbegrip zullen, samen met de trieste afloop van zijn liefde voor Manette, de oorzaak worden van zijn mislukking. Nog twee personages spelen in deze opmerkelijke geschiedenis van de schilderkunst in de 19e eeuw een belangrijke rol. Het zijn Garnotelle, Grand Prix de Rome en officieel geconsacreerd modeschilder, die model staat voor wat artistiek passé is en onecht wordt bevonden, en Chassagnol, spraakwater en gepassioneerd kunstkenner en criticus wiens tussenkomsten lezen als kleine maar bijzonder levendige essays over schilders en stromingen - geïnspireerd door de modernen van die tijd, Rousseau, Millet en Corot -, en waarin we ongetwijfeld de ideeën van de auteurs terugvinden. De figuur van Manette introduceert, naast de kunst, het tweede thema: de liefde, die aan deze roman zijn tragisch aspect zal geven. Als lezer voel je mee met deze narcistische en eigenzinnige vrouw, zeer gesteld op haar vrijheid en haar autonomie, die door haar uiterlijk voorwerp is van algemene bewondering, maar later, wegens haar sterke karakter, zal worden verworpen. Tweemaal slachtoffer van vigerende vooroordelen: haar joods zijn, maar sterker nog, omdat ze als vrouw haar eigen leven wil leiden. Een complex en intrigerend personage dat ook aan de greep van de auteurs zelf dreigt te ontsnappen. Zonder dat er sprake is van een uitgesponnen intrige en de roman gemonteerd is tot een soort collage, bestaande uit brieven, opsommingen, tirades, dialogen en monologen, notities, verhalen en anekdotes, beschrijvingen en mijmeringen, blijkt hij toch een stevige structuur te hebben en is hij de inspanning van het lezen ten volle waard. De doorzetter ziet zich beloond met een bijzonder boeiend en interessant boek. Meer dan alleen maar een roman over schilderkunst,maar eerder een opmerkelijke beschrijving van een tijdperk, verdient hij een ereplaats tussen'Le chef d'oeuvre inconnu' [1831] van Balzac en'L'oeuvre' [1886] van Emile Zola, allebei hoogtepunten in de literaire interpretatie van de plastische kunst.De schilderkunst medio negentiende eeuw was de romantiek ontstegen, een visionaire esthetiek kondigde zich aan. Gespiegeld aan het artistieke netwerk uit hun Dagboek, waarin Edmond [1822-1896] en Jules [1830-1870] de Goncourt nogal pretentieus beoogden de nieuwe tijd vast te leggen, portretteerden zij in deze sleutelroman over het kunstenaarsmilieu de route van vier leerling-schilders. Uitkijkend over Parijs ligt de toekomst nog open, maar naarmate zij zich meer manifesteren, versmallen zij toch tot respectievelijk improductieve bohémien, succesvolle imitator, fulminerende criticaster of, zoals het lot voor de begaafde Coriolis bepaalt, tot verkommerd talent, verlamd door de kritiek en door femme fatale Manette, zijn model. Zo groeit dit tijdsdocument uit tot een bonte reeks belevingen, vertolkt in velerlei scènes die kleur geven aan de deterministische tijdgeest met alle prikkelende karikaturen van dien. Een inlevend vertaalde ontwikkelingsgang! In het nawoord gaat Eric Min nader in op de bijdrage van tekenaar-schilder Félcien Rops. Noten en een namenregister sluiten de uitgave af.
leveringsvoorwaarden privacy statement copyright disclaimer veelgestelde vragen contact
 
VUBOEKHANDEL.NL VU Boekhandel boekverkopers sinds 1967